Go to Top

Mark Loonen, de man van 255 miljoen

Foto: Thijs Bosma

BREDA – Mark Loonen (28) is de man achter de videoclip voor Animals, de wereldhit van de jonge Nederlandse dj Martin Garrix. Vanuit zijn kantoor in het creatieve AV Huis in Breda maakt hij met zijn team Visionairies voor tal van festivals en DJ’s promo’s, trailers en after-movies. De video Animals is inmiddels meer dan 255 miljoen keer bekeken op youtube en staat daarmee in de top 100 van best bekeken Youtube-filmpjes ooit.

Mark Loonen maakt al tien jaar muziekvideo’s. Hij werkte als cameraman en editor voor de televisie en filmde veel op feesten. Na zijn studie had hij al snel door dat een dienstverband niet is wat hij wilde. “Je maakt toch steeds weer hetzelfde en het salaris wat daar bij hoorde vond ik te weinig voor wat ik aan potentie heb en wil doen.”

Feestje
Via een toevallig feestje in Utrecht begint hij muziekvideo’s te maken van dancefeesten. DJ Bart B More was onder de indruk van zijn producties en vraagt hem mee te gaan om zijn tour te filmen, waarna ook dancelabel Spinnin’ Records bij Loonen aanklopt voor video’s voor hun artiesten.

Zo ging het onlangs ook. Of hij een videoclip kan maken voor topartiest Sander van Doorn of voor beginnend talent Martin Garrix. Mark kiest voor het laatste. En met succes. Het is de eerste film die hij maakt met het collectief Visionairies. Niet meer alles alleen bedenken, maken en monteren. “We hadden beperkt tijd en budget. Alles moest in een maand gebeuren. De platenmaatschappij zag ons het liefst in dierenpakken door Amsterdam rennen. Dat vond ik niet zo. We zijn daar wel op door gaan denken. Zo kwamen we op het idee van de maskers. Dat gaf de video toch nog iets bizars.” De maskers worden een onverwacht succes. “Overal waar we kwamen had het publiek van die maskers.”

Niet verwacht
De keuze voor Martin Garrix was voor Loonen niet moeilijk. Een jonge, energieke artiest past wel bij de ambitie die Loonen voor zichzelf ziet. Dat het zo’n vlucht zou nemen had de jonge regisseur echter niet verwacht. “Ik wist dat ik alles wat ik nu doe ooit zou gaan doen, maar dat het zo snel zou gaan…”

En snel gaat het. In amper vier jaar tijd is hij van een hardwerkende freelancer die alles zelf deed, gegroeid naar een ondernemer/regisseur. “Als je op dit niveau werkt, dan moet je dingen uit handen geven. Ik krijg zoveel mail en telefoon, er moet van alles geregeld worden, ook boekhouding en organisatie. Als ik dat allemaal zelf moet doen, kom ik niet toe aan waar mensen mij voor betalen.”

Goed shot
Loonen wil graag de beleving van de show terug laten komen in de muziekvideo. “Vroeger draaide ik veel materiaal en kon ik het meeste niet gebruiken. Nu weet ik precies welke shots ik wil hebben.” De jonge regisseur werkt momenteel intensief met en voor Martin Garrix. Regelmatig reist hij met de jonge DJ mee om video’s te maken voor allerhande media ter promotie van Garrix. “Het is prettig werken met Martijn. Hij is professioneel en hij is zo energiek, ik weet dat ik altijd een goed shot kan maken bij hem.”

Maar Loonens werk beperkt zich niet tot Martin Garrix alleen. Voor verschillende DJ’s, maar ook voor festivals wordt hij gevraagd videoproducties te maken. “Het bedenken van de video is een gezamenlijk proces. Daarna wordt er gekeken wie wat voor zijn rekening neemt. Dat ontstaat eigenlijk een beetje spontaan. Als we eenmaal gaan draaien, weet ik precies wat voor shots ik wil. Voor een grotere productie zet ik iedereen op de juiste plaats en vertel ik precies welke beelden ik van hen wil. Dan wil ik ook echt die beelden, niets anders.”

Volgens Loonen is het zijn stijl van filmen en monteren die past en aanspreekt bij de muziek. “Ik heb ook met mensen van de filmacademie gewerkt. Zij vinden ons dan toch een beetje cowboys. Met de camera vanaf de schouder filmen, dat doe je eigenlijk niet. En stilstaand beeld uit de losse pols: daar heb je een statief voor nodig.”

Maken wat je wilt
Een echte succesformule is er niet denkt Loonen: “Het is vooral belangrijk dat je kunt maken wat je wilt maken. Dat is ook de afweging die ik de anderen voorhoud.”

Auteur: Sjors Hoevenaars

Bron